De heen- en terugweg.
Dit keer is het optreden in een zo goed als uitverkochte Monza, Utrecht. Ik mag de opening doen voor Don Diablo (superaardige gozer!) rond 2:00u, voor Freakend. Ik heb op Freakend vaker gestaan, maar nog niet in Utrecht. Vanuit de stromende regen (de reden om door te breken in een warm land) en een parkeerplaats ver weg kom ik in een dampende menigte. Eerst maar eens mijn oordoppen in.
In DJ-land kennen ze de flightcase niet, lijkt wel. Een DJ komt aan met een mapje met CD’s (zelfs het vinyl is ze tegenwoordig bespaard gebleven) en ik kom met flightcases gevuld met apparaten en gitaren binnen. En bij mij is het nog maar weinig. De gemiddelde gitarist komt namelijk met versterkers binnen, die je met één persoon net wel of niet kunt tillen. Ik kan alles in één keer tillen, oftewel ik heb het redelijk kunnen reduceren. Maar goed, het publiek is het niet met me eens. Als ik met mijn kleine setje door het publiek balanceer en vele knieholtes naar buiten knik krijg ik vele boze blikken over me heen. Ik vind dus dat DJ’s uit solidariteit voortaan ook hun eigen CDJ-1000’s moeten meenemen… ![]()
Maar goed, eenmaal aangekomen gauw alles opbouwen en inpluggen. Ook de mensen achter de draaitafels zijn altijd verbaasd over het aantal zwarte kisten dat ik meedraag. Kom op jongens, zijn jullie dan echt nog NOOIT naar een concert geweest??!! Dan vraag je waar de mengtafel staat. 9 van de 10 keer moet je in de DJ-mengtafel, een soort “my first sony”-tafel met knoppen zo groot, dat zelfs de DJ ze niet kan missen. De ingangen in die tafel zijn altijd alleen nog de bekende ‘tulpjes’ (van die rode en witte kleine stekkertjes), die wat mij betreft officieel wereldwijd verboden mogen worden (want slap, dun, brommen en ontzettend onhandig). XLR? Nooit van gehoord… Gelukkig heb ik vaker met dit bijltje gehakt…
Eenmaal aangesloten mag ik vrijwel meteen spelen. Geweldig. Total blackout (licht en geluid uit) en dan even flink soleren. Piepen, kraken, scheuren. Een enorme kolere herrie schelt er door de zaal. Jarenlang heb ik dit voor de spiegel geoefend en nu mag ik het dan voor echt publiek doen. Zoiets als in ‘back to the future’, waar Marty aan de knoppen draait (“loud, louder, are you nuts?!”) en zichzelf meters naar achteren blaast, door de herrie uit de speakers. En op de visuals mijn naam heel groot: “On guitar, Eller van Buuren”. Dit moment duurt zo’n drie minuten, daarna schelt Don Diablo zijn beats door de zaal. Nog even spelen we samen en dan zit mijn taak er weer op… Of toch niet? Want ik moet nog terug.
De terugweg is echter een stuk relaxter. Opeens gaat iedereen aan de kant. Even ruik ik onder mijn oksels, maar dat is het niet. Opeens weten ze wie ik ben. Respectvol schuift men opzij, zelfs hier en daar met enige schouderklopjes. Gevleid loop ik door de stromende regen naar huis. Dat kleine beetje bekendheid in Nederland is toch eigenlijk ook best leuk…
En rock en dance gaan best samen. Ze moeten gewoon even aan elkaar wennen.





